In Vlaanderen wordt heel wat opgedolven en bij archeologisch onderzoek gaat het meestal om noodopgravingen, waar de tijdsdruk de archeologen het mes op de keel zet. Aangezien de Vlaming nog steeds een baksteen in de maag heeft, lintbebouwing geen grenzen kent en industriezones welig uitbreiden, moeten de laatste stukken landbouwgrond wijken. In enkele gevallen worden in deze zones archeologische sporen ontdekt, die dan ook volgens de regels van de kunst moeten opgegraven worden.

De opgravingssite

Overzichtskaartje met de resultaten van het archeologisch onderzoek te Boom-Krekelenberg II

Overzichtskaartje met de resultaten van het archeologisch onderzoek te Boom-Krekelenberg II

Op het ondertussen gerealiseerde bedrijventerrein Krekelenberg II te Boom (Antwerpen) werd in 2006 een “proefsleuvenonderzoek” uitgevoerd. Zo’n “proefsleuvenonderzoek” is een vooronderzoek met als doel de archeologische waarde van een terrein of een gebied in te schatten. Met behulp van een graafmachine zal de archeoloog 10 à 15% van het terrein afgraven in lange sleuven van ongeveer 2m breed. De sporen die in deze sleuven worden aangetroffen geven een goede indicatie voor het al dan niet aanwezig zijn van een archeologische site.

In Boom werden over een oppervlakte van 1,2ha (12.000m²) sporen aangetroffen die duidden op een nederzetting uit de ijzertijd. Er werden archeologen aangeworven voor het onderzoek, dat in 2007 uitgevoerd werd.

Dit artikel geeft in menselijke termen weer wat ook in het basisrapport van de opgraving te lezen staat en heeft niet tot doel een wetenschappelijke publicatie te zijn. Het rapport van de opgraving, waarin alle details te vinden zijn, is beschikbaar bij de Dienst Erfgoed van de Provinciebestuur Antwerpen (JACOBS B., DE SMAELE B., 2007. Boom-Krekelenberg II. Opgraving van enkele ijzertijderven. Basisrapport, in: Archeologische rapporten nr. 1, Antwerpen.), maar ook in de bibliotheek van vzw Legia.

Eerst een woordje over de landschappelijke ligging van de site. De site, die bestaat uit verschillende gebouwen uit verschillende fasen, bevindt zich op een hoge, droge en zandige rug, geflankeerd door twee beken. Een ideale locatie! Jarenlang onderzoek heeft ondertussen aangetoond dat de droge zandruggen in vele periodes als woongebied zijn uitgekozen. Niet alleen voor de nederzettingen, maar ook voor de grafvelden. De keuze van de locatie was vermoedelijk niet alleen uit praktische overwegingen, maar hadden ook te maken met zichtbaarheid in het landschap, uitzicht over de beekdalen en misschien ook de aanwezigheid van wegen.

Constructies uit de ijzertijd

Maar we gaan over tot de site zelf. De archeologische sporen waren voornamelijk paalkuilen en kuilen, die enkel een bruine verkleuring in de gelige zandbodem hadden achtergelaten. Deze paalkuilen en kuilen vormen meestal de resten van gebouwplattegronden. In de vulling van deze kuilen bevindt zich humeus zand, aangevuld met schervenmateriaal, stukjes houtskool, eventueel stukjes glas, enz. Kortom: het afval van een nederzetting. Denk maar aan de rommel die wij laten slingeren. Dat soort afval komt in alle mogelijke putten en kuilen terecht en in sommige gevallen blijft het afval ook bewaard.

Boerenerf uit de ijzertijd met hoofd- en bijgebouw

Boerenerf uit de ijzertijd met hoofd- en bijgebouw

De scherven keramiek in de vulling stellen de archeologen trouwens in staat een datering van de site te doen. Deze datering wordt aangevuld met een C14-datering (die gebeurt op houtskool of organisch materiaal). Te Boom konden aan de hand van de aangetroffen sporen maar liefst 44 gebouwstructuren teruggevonden worden, waaronder de resten van twee grote hoofdgebouwen, twee grote bijgebouwen en 40 kleinere bijgebouwtjes. De hoofdgebouwen (de gebouwen waarvan vermoed wordt dat ze gebruikt werden om als woning te dienen) zijn gebouwen waarvan het gewicht van het dak door een centrale rij zware palen gedragen wordt (schilddak). De zware palen dragen een nokbalk, van waaruit een dakconstructie naar de lichte wandpaaltjes vertrekt. Op de twee lange zijden bevond zich halverwege een ingangspartij.

Spinschijfje, gevonden tijden het archeologisch onderzoek te Boom-Krekelenberg II

Spinschijfje, gevonden tijden het archeologisch onderzoek te Boom-Krekelenberg II

Welke materialen gebruikt werden kan aan de hand van de paalkuilen niet vastgesteld worden, maar de basisconstructie is hoogstwaarschijnlijk in hout. Het schilddak was vermoedelijk in riet en de wanden bestonden uit een vlechtwerkconstructie, met leem bestreken. De twee gebouwen volgen elkaar waarschijnlijk op (als het één versleten was bouwde men een eindje verder een nieuw) en zijn te dateren in de late ijzertijd tot vroeg-Romeinse periode (3e eeuw voor tot 1e eeuw na onze jaartelling). De grote bijgebouwen zijn waarschijnlijk in een periode daarvoor te plaatsen, zijnde in de midden-ijzertijd (6e eeuw tot 4e eeuwvoor onze jaartelling).Ten noorden van de hoofdgebouwen bevindt zich een hele zwerm kleine bijgebouwtjes (spijkers): vierpalige, vijfpalige, zespalige, enz. Sommige kleine structuren bestaan uit slechts drie paaltjes. De functie van deze lichte constructies is vermoedelijk het bewaren van landbouwoverschotten en graan. In de buurt van de gebouwen bevond zich zo wel een waterput (met houten beschoeiing) en een waterkuil (zonder enige bewaarde constructie). De waterput lag vlak bij het oudste hoofdgebouw en zat letterlijk tjokvol fragmenten keramiek. In de paalkuilen werd sporadisch wat aardewerk aangetroffen. Het gaat vooral om handgemaakt aardewerk uit de midden-ijzertijd en late ijzertijd.

Aardewerk

Handgevormd aardewerken pot met geknikt profiel, gevonden tijdens het archeologisch onderzoek te Boom-Krekelenberg II

Handgevormd aardewerken pot met geknikt profiel, gevonden tijdens het archeologisch onderzoek te Boom-Krekelenberg II

In de waterput werd eveneens heel wat versierde keramiek teruggevonden (mes-punten, groeflijnen, vingertopindrukken, enz.), een dunwandige kookpot op een traag draaiende schijf vervaardigd en een fraai versierd spinklosje. In de waterput werden ook de fragmenten van een maalsteen (ingevoerd uit het Eifelgebied) en een stuk van een glazen armband (eveneens ingevoerd) teruggevonden. De maalsteen en de armband zijn in de late ijzertijd te dateren.

Alles wijst er op dat op deze locatie gedurende een hele tijd mensen gewoond hebben. Waarschijnlijk was er reeds in de midden-ijzertijd bewoning, maar de woningen uit die periode zijn verloren gegaan (aanleg van een spoorweg, kleiontginning, enz.). Deze bewoning liep door tot in het prille begin van de Romeinse periode. Waarschijnlijk ging het om landbouwers die de omliggende weilanden in cultuur brachten. Welke gewassen zij teelden kan ontdekt worden wanneer de pollenstalen uit de waterput onderzocht worden. De importgoederen wijzen er op dat de landbouwers niet van de wijde wereld afgesloten zaten en toegang hadden tot enkele luxeproducten. Door het opgraven van de schaarse resten van hun bestaan kan dit verhaal nog verteld worden.

Bronnen

  • De Smaele, B., Legia Bulletin Nr. 3, juni 2009
  • Beelden:
    • JACOBS B., DE SMAELE B., 2007. Boom-Krekelenberg II. Opgraving van enkele ijzertijderven. Basisrapport, in: Archeologische rapporten nr. 1, Antwerpen.