Hallstatt-toer – op ijzertijdbezoek in Zuid-Duitsland en Boven-Oostenrijk

Boeken lezen en documentaires bekijken over de ijzertijd, Kelten, Germanen, Romeinen is een leerrijk en aangenaam tijdverdrijf. Maar wat is er aangenamer dan zelf eens ter plaatse te gaan, de omgeving en het landschap te verkennen waar deze mensen leefden, hun graven bezoeken, de vele artefacten ontdekken. In de geschiedenisliteratuur zijn er bekende plaatsen als: Hochdorf, de Heuneburg, Hallein-Dürrnberg, Manching, en natuurlijk Hallstatt, de plaats die haar naam terecht gaf aan de vroeg-ijzertijd.

Hochdorf

Startplaats Hochdorf, deelgemeente van Eberdingen, ligt in de Zuid-Duitse deelstaat Baden-Württemberg, ongeveer 20 km westelijk van haar hoofdstad Stuttgart. Daar bezoek je het Keltenmuseum, vlakbij de beroemde ‘Grabhügel’ van de ‘Fürst von Hochdorf’. De velden glooien vanaf daar langzaam maar zeker het Neckardal in. Vanaf het veld en de heropgebouwde grafheuvel (na de opgravingen), kan je Stuttgartt zien liggen. Een infobord geeft uitleg over de beroemde ontdekking uit 1978. Een archeologische gelukstreffer, want ondanks gedeeltelijke instorting was het graf van de ‘Prins van Hochdorf’ ongerept en niet leeggeroofd. De gedeeltelijke opgraving kwam mee tot stand door een lokale geschiedenislerares, die de sceptische archeologen wist te overtuigen. De ontdekking verhoogde onze kennis over de vroegkeltische samenleving en gaf antwoord op enkele vragen waar archeologen al een tijdje mee zaten. Het technisch kunnen en de uitgebreide handelscontacten in het laatste stadium van de Hallstattperiode komen nog eens duidelijk aan het licht.

Het Keltenmuseum Hochdorf, in de Keltenstraβe, is een modern museum dat op architecturale wijze de doorsnee van het vorstengraf weergeeft. De maatschappij waarin de vorst en zijn ondergeschikten leefden, komt uitgebreid aan bod, evenals de verschillende gevonden artefacten. Het stoffelijk overschot van de vorst kan je er eveneens bewonderen. Hij was een stevig gebouwde man, groot, wel 1,80 m. Mede dankzij de noord-zuidligging van de rivier de Neckar en de daarmee gepaard gaande handelswegen, had de vorst een goede controle over de economie. Hieraan dankte hij zijn rijkdom. Hij kon pronken met giften uit de Griekse en Etruskische cultuur, en zelfs zijdestof uit het verre oosten. Opmerkelijk is dat bij de opbouw van het museum, heel wat ijzertijdvondsten van de gewone tijdgenoten van de vorst werden opgegraven. Naast het museum bevinden zich trouwens enkele reconstructies zoals een houten vroeg-ijzertijdblokhut, een spieker, een opslagsilo in de grond voor graan, een half in de grond stekend textielateliertje.

Heuneburg

Ongeveer 150 km zuidelijker ligt het vroegkeltische heuvelfort Heuneburg, een aparte heuvel op het plateau met een uitstekend zicht op de zuidelijk gelegen Donauvlakte. Een paar honderd meter noordwestelijk van de ruime parking aan de Heuneburg bevinden zich enkele grafheuvels waaronder de Fürstenhügel im Gießübel-Talhau.
Met een speciale kaart kan je drie musea bezoeken, het Heuneburgmuseum en Heuneburg Freilichtmuseum (openluchtmuseum) te Hundersingen, en het Römermuseum te Mengen (7 km van Herbertingen).
In de dorpskom te Hundersingen is het ‘Heuneburgmuseum’ gevestigd in de gerenoveerde Zehntscheuer van het voormalige Klosters Heiligkreuztal. Hier bevinden zich de vondsten van de Heuneburg zelf en uit de omgeving ervan. Je ziet het ontstaan, het toenmalige belang in de Hallstattperiode, de socio-economische situatie, en de cultuurbeïnvloeding via handel met de Mediterrane wereld. Een modern museum met passieve en actieve info.
Via 5 prachtige kleine maquettes wordt het leven in en rond de Heuneburg weergegeven. Een 8 km lange wandelweg in de mooie natuur van het plateau brengt je langs de verschillende historische bezienswaardigheden zoals het Heuneburgmuseum, het Middeleeuwse Baumburg, het Freilicht Heuneburgmuseum, verschillende grafheuvels (waaronder de grootste grafheuvel van Midden-Europa: de ‘Hohmichele’), een Viereckschanze. De Heuneburg, waar zich het Freilichtmuseum bevindt, ligt 2,5 km van de dorpskern.

Het heuvelfort is een historisch en archeologisch buitenbeentje. Reeds van in de late steentijd tot in de Salische keizerlijke periode (11e eeuw) was op deze aparte heuvel op het noordelijk bovendonauplateau een hoogtenederzetting gevestigd. De oudste verdedigingswerken dateren vanuit de bronstijd, met als bloeiperiode de 6e eeuw v.o.j., de late ijzertijd of Hallstatt C-periode. De heuvel controleert niet alleen de lager gelegen Donau, maar toen ook de iets verder zuidelijk gelegen oost-west handelswegen. De bovenlopen van belangrijke rivieren zoals de Rijn, de Seine, de Saône en de nabijgelegen handelswegen zorgden voor een belangrijke overslagzone in het nu zuidwestelijke Duitsland en noordoostelijke Frankrijk. Contacten met de Griekse en Etruskische wereld kan je via de vele artefacten, relatiegeschenken en vroegkeltische kunstbeïnvloeding nog altijd afleiden. Uit puur prestige lieten Keltische vorsten, die deze florerende handel controleerden, langs de noordelijke Alpen de enige tot nu gekende fortificatie maken naar Grieks model, met wit gekalkte leemtegels. Voor de toenmalige voorbijgangers en bewoners moet dit indrukwekkend zijn geweest. Lang zou ze niet blijven bestaan, daar zorgden een brand en mogelijke onlusten voor. Vandaag vind je langs de zuidwestelijke hoek sinds 1998 een 70 m lange reconstructie van deze fortificatie met reconstructies van een ijzertijdwoning, werkateliers (smidse en textiel), spieker. Langs de zuidelijke zijde bevindt zich een grote schuur, waarin je de maquettes van de Heuneburg kan bewonderen, en je vindt er ook de nodige uitleg over de geschiedenis van de opgravingen. Er staat een reconstructie van een vierwielige wagen en een Keltische tweewielige strijdwagen.

Een bezoek aan de vorstengrafheuvel “Hohmichele” mag zeker niet ontbreken. Deze imposante grafheuvel heeft een doorsnede van 80 m en een hoogte van 13 m. Pas op de top ben je echt onder de indruk van dit enorm vroegkeltisch grafmonument ter ere van een vorst, het is echt even slikken. Ondanks grafroof is er nog voldoende gevonden in de bijgraven om een indruk te krijgen met welke praal sommige aristocraten begraven werden.

Hallstatt

Van Hundersingen am Donau naar Hallstatt, in de Bovenoostenrijkse Alpen te Salzkammergut(401 km). Aan Gonauswangen bereik je de Hallstattersee (meer) en even later Hallstatt. Het is een stadje met bijna 1500 inwoners, met een breedte van max. 300 m want het ligt gekneld tussen de 125 m diepe Hallstattersee en de beroemde Salzberg (zoutberg) langs westelijke zijde, met als hoogste punt de 1954 m hoge “Plassen”. De zuidwestelijk gelegen 2996 m hoge “Dachstein”, met het daarnaar genoemde gebergte beheerst de omgeving. De rivier de ‘Traun’ heeft het meer als tussenstation. Pas in 1999 nam de UNESCO eindelijk Hallstatt, haar omgeving en het aangrenzende Dachsteingebergte op in haar Werelderfgoedlijst en dit omwille van het bijzondere belang voor de mensheid op cultureel vlak en natuurlijke rijkdom. De Hallstatters zijn nog altijd fier op hun 7000 jaren oude erfgoed, waarvan je een mooi beknopt overzicht krijgt in het ‘Welterbemuseum’. Naast het museum staat het standbeeld van Johan Georg Ramsauer, de zoutbergwerkopziener die door zijn zorgvuldige opgravingen tussen 1846 en 1863, en zijn nauwgezette optekeningen, mee de basis legde van de moderne archeologie. Hij legde met zijn medewerkers een 940-tal ijzertijdgraven met tal van artefacten bloot.

Een andere Hallstatter, Isidor Engl, een medewerker van Ramsauer zette de opgravingen verder. De eerste geraamten werden jammer genoeg niet bewaard. Gelukkig deed Engl dit wel en het vergrootte alleen maar onze kennis over de prehistorische Hallstattbewoners. Het zout en zijn conserveringseigenschappen heeft uitstekend zijn werk gedaan, gezien de uitzonderlijke bewaring van de vondsten. Vele archeologen zouden deze pioniers volgen.

De vondsten werden de maatstaf voor vroeg-ijzertijd en/of Keltische periode. Vanaf de jaren 1870 na verschillende gelijkaardige vondsten in Zuid-Duitsland, Oostenrijk, Bohemen werd deze periode en cultuur naar Hallstatt genoemd. Een modern museum dat start met, hoe kan het ook anders, de geologie of de vorming van de zoutberg(-en). Deze bepaalden het leven van het stadje en Salzkammergut. Zout, het witte goud dat door zijn bewaarmogelijkheden de geschiedenis schreef van een cultuur. De vroegste mijnbouwsporen dateren van de late steentijd, hierbij werden o.a. hertengeweien als werktuig gebruikt. Pas in de bronstijd werd het een echte bedrijvigheid, de zoutmijnbouw gebeurde toen via verticale schachten. Aardverschuivingen door gebrek aan onderstutting zorgden voor een intermezzo. In de ijzertijd werd de draad terug opgenomen, maar de werkwijze veranderde opmerkelijk door de verticale ontginning en het volgen van de zoutader. In het museum ontdek je naast de Hallstattcultuur eveneens de verdere geschiedenis van de zoutontginning en Hallstatt. De geoloog Symonie hielp mee het gebied midden 19e eeuw te ontsluiten en een nieuwe economische factor kwam op: het toerisme. Heel wat vorsten waaronder het Oostenrijkse keizerspaar Franz Joseph en Sisi kwamen toen de vondsten en opgravingen bewonderen, een steuntje van hogerhand kon zeker géén kwaad om het erfgoed te bewaren voor het nageslacht. In het museum ter plaatse kan je enkele van de topstukken bewonderen, het merendeel vind je terug in het Naturhistorisches Museum in Wenen. Het bezoek is een combinatie van het klassieke en modern interactieve museumbezoek.

De beroemde ‘grabfelden’ van Hallstatt en Salzwelten kan je op verschillende manieren bereiken. Voor de sportievelingen zijn er twee wandelwegen met wegaanduidingen; duurtijd van de klim: 1 uurtje. Je kan ook de Salzbergbahn (spoorlift) nemen, die je snel 324 m hoger brengt aan de voet van de eerst gevonden grafvelden (Nordgruppe), nabij de Rudolfsturm. Tussen de bergbahn en de Rudolfsturm heb je een panoramaloopbrug, vanwaar je een prachtig zicht hebt op het Hallstattmeer, de omgeving en de prehistorische grafvelden. Naar de ingang van de zoutmijn is er een themawandelweg met genummerde zuilen die je informatie verschaffen over de graven, Hallstattcultuur, de zoutberg enz. Het is géén steile klim, na 100 m is er een tentoonstellingsruimte waar je de inhoud van een grafvondst kan bewonderen: het skelet van een Hallstattijzertijdbewoner met zijn grafgiften. In 20 minuten kan je de ingang van de Salzwelten bereiken, maar eerst passeer je nog het Experimenteel Archeologisch Centrum. Hier onderzoeken archeologen mogelijke prehistorische technieken a.d.h.v. ijzertijdvondsten via de reconstructies van gebouwen en/of artefacten. Op deze wijze kan men eventuele hypotheses uittesten of mogelijke werkwijzen herontdekken bv. het inpekelen van een zwijn. Je kan de reconstructie van een vroegijzertijdblokhut (Knappenhausmijnwerkershuis) bezoeken en een pekelruimte. Archeologen gaan hier elk jaar aan het werk in de periode van juli tot en met september, en doen nog steeds verdere opgravingen. En er is dan ook openstelling voor het publiek.

Het bezoek aan de zoutmijn (Salzwelten) doe je onder begeleiding van een gids. Je krijgt een overall en gaat de mijn binnen via de Kaiserin Christina-ingang. Honderden meters de berg in zie je zowel de moderne als klassieke (houten) stutsystemen. Een snelle afdaling gebeurt op mijnwerkerswijze via de rutschbahn (glijbaan) die je enkele 10-tallen meter lager laat glijden naar dieper gelegen gangen en ruimten. Best niet met de schoenen afremmen maar je gewoon laat glijden! Voor de angsthazen is er een klein trapje maar dat gaat aanzienlijk trager. Bij de tweede glijbaan haal je als snel 33 km/h, en dergelijke snelheid in een smalle gang voelt vreemd aan.
De gids geeft zowel uitleg over het geologische ontstaan van de zoutberg als over de eigenheid en verschillen van de zoutkristallen. Op enkele plaatsen is een audiovisuele animatie voorzien o.a. met het verhaal van “der Man in Salz”. Je ontmoet er de hedendaagse mijnwerker met zijn moderne uitrusting evenals de prehistorische mijnwerkers met hun ijzertijdinstrumenten. Iets typisch voor de Hallstattmijnwerkers was dat ze de zoutkristallen uithakten in de vorm van een groot hart, waarom precies weet men niet. De mannen hakten de kristallen uit en de vrouwen droegen ze naar het dal. Mogelijk is de hartvorm een soort draagvorm. Ook bij aanvang van de moderne mijnbouw vanaf de 17e eeuw droegen vrouwen de opgegraven kristallen naar het dal. Verder zie je ook de nieuwe technieken van het onvermijdelijke waterbeheer in de zoutberg. Een klein mijnwerkerstreintje breng je via een smalle gang terug naar buiten. En natuurlijk is er het klassieke winkeltje met o.a. zout- en andere bergmineralen.

Een overzichtsfoto van de Hallstatt en haar beroemde zoutberg met haar grafvelden mag niet ontbreken. Daarvoor rijd je best in de richting van de 4 km verder gelegen gemeente Obertraun, een goede kilometer daarvoor heb je aan het meer een parking waar je een mooi zicht hebt op Hallstatt en de berg. En als je tijd hebt biedt ook de Dachstein een schitterend uitzicht op Hallstatt en haar omgeving.

Hallein-Dürrnberg en Manching

Van Hallstatt via Hallein-Dürrnberg (64 km), naar Manching (225 km). Terugkeer via dezelfde weg, langs het mooie Tennengebergte in het Lammertal om in Gollingen de autoweg te nemen naar Hallein. Hallstatt en Hallein-Dürrnberg hebben niet voor niks de prefixen gemeen, hall verwijst immers naar het zout. In de 6e eeuw v.o.j. had door een grondverschuiving in Hallstatt, een ernstige mijnramp plaats met als gevolg dat deze mensen naar een alternatief zochten. Dat vonden ze in de Dürrnberg nabij het huidige Hallein. Deze ligt aan de rand van het prachtige Salzachdal.

Het Keltenmuseum van Hallein, bevindt zich in het gerenoveerde bisschoppelijk paleis langs de Salzach. Een groot deel van dit museum is aan de Hallstatttijd en de Kelten gewijd. De levensgrote reconstructie van een tweewielige strijdwagen, wassen beelden van een afschrikwekkende wagenmenner en zijn aristocratische krijger zijn een indrukwekkende verwelkoming. Door het numeriek volgen van de verschillende zalen ga je langsheen de boeiende ijzertijdgeschiedenis van Hallein-Dürrnberg en de Keltische cultuur. Er worden talrijke artefacten en reconstructies tentoongesteld die je het nodige inzicht geven van het dagdagelijkse leven van de toenmalige ijzertijdbewoners. Het museum beschikt hier over een paar prachtige pronkstukken: Etruskische schenkkannen, fibulae, torques en andere luxeartikelen. Je ziet er ook de reconstructie van de bronstijdhelm (13e eeuw v.o.j.), die als model stond voor het pakje sigaretten van Gauloise en ook voor Uderzo’s Asterixhelm. Sommige zalen zijn aan een specifiek thema gewijd, dat dan verder is uitgediept. In het 4 km verder gelegen Bad Dürrnberg, kan je de plaatselijke zoutmijnen bezoeken, maar is er ook een reconstructie van een Keltendorf, waarbij je zowel de houten ijzertijdblokhut, de ambachtelijke ateliers, als een plaatselijk gevonden vorstengraf terugvindt. De kennismakingsblokhut bevat een tiental beelden van deze periode met de nodige uitleg.

Ook een bezoek waard is het Römer-Keltenmuseum Manching in de deelstaat Bayern, het donkerste museum van de reeks, hier mag je foto’s nemen ‘zonder flits’. De bovenste verdieping toont het toenmalige grote La Tène-oppidum van Manching, dat in zijn glorietijd een verdedigingsmuur type murus gallicus van 7 km en 380 ha had. Zelfs in moderne luchtfotografie zijn de contouren nog altijd te herkennen, gelegen aan een zijrivier ‘de Paar’, nabij de Donau niet ver van het huidige Ingolstadt.
Naast typische nederzettingselementen waren er eveneens ambachtelijke sites waaronder: textiel, metaalverwerking, heiligdom (prototype Gallo- Romeinse tempel), zelfs een beschermde haven (binnen de verdedigingsmuren). Het museum geeft een doorsnee van het technisch vernuft van de La Tène periode, zelfs op medisch vlak. Eén van de pronkstukken is de gouden muntenschat van 3,72 kg. Het museum bezit enkele schitterende maquettes die je meer dan 2100 jaar terugbrengen in de bloeitijd van het oppidum, met o.a. de bekende zuidelijke torenpoort van Manching. Er zijn verschillende computeranimaties in Duits/Engels voorhanden, en even waan je jezelf tussen de toenmalige Kelten. Op de benedenverdieping kom je in de Romeinse periode. Deze maakte tijdens de oorlogscampagnes van Drusus & Tiberius (de stiefzonen van de eerste Romeinse keizer Augustus) in 15 v.o.j. definitief een einde aan de Keltenperiode te Manching. Hiervan bestaan nagenoeg geen historische bronnen. Je vindt hier de relatief goed bewaarde overblijfselen van Romeinse kleine schepen, en enkele schitterende maquettes van Romeinse bruggenbouw over de Donau, een Romeins castellum en een kleine fortificatie terug. Er bestaat eveneens een themawandelweg, en langs die weg kom je een reconstructie van de Osttor (Oostpoort) tegen. Manching zelf is nu een moderne buitenstad, met vliegveld. In de buurt wordt trouwens het ultramoderne jachtvliegtuig ‘de Eurofighter’ gemaakt. Prehistorische spitstechnologie naast de hedendaagse.

Tijdens deze ontdekkingstocht kan iedereen zich onderdompelen in de periode van de Hallstattkelten en de ijzertijd in Midden-Europa. Het is een onvergetelijke rit en een aanrader voor ieder die meer wil te weten komen over dit boeiende volk dat dikwijls, zo onterecht, barbaren wordt genoemd.

 

Tekst en foto’s: Koenraad Boel