De Kemmelberg

Een Keltisch machtscentrum?

Dicht bij de Franse grens op het grondgebied van de gemeente Kemmel in het zuidwesten van de provincie West-Vlaanderen ligt de Kemmelberg. De Kemmelberg is een getuigenheuvel die met zijn 154 meter het vlakke landschap van de IJzervlakte en de valleien van Leie en Douvebeek domineert. Hij behoort tot een reeks van getuigenheuvels die samen het zogenaamde Vlaamse Heuvelland vormen dat zich uitstrekt van Cassel in Noord-Frankrijk tot Limburg.

De naam Kemmel zou van vóór-Romeinse origine zijn en kunnen refereren naar het bestaan van een cultusplaats gewijd aan de Keltische oorlogsgod Camulos. De naam van deze godheid vinden we ook terug in de Keltische plaatsnaam Camulodunon (vesting van Camulos), het huidige Colchester in Engeland.

1. De prehistorie

Aan de hand van silexvondsten kan prehistorische bewoning worden verondersteld in diverse steentijdperioden De oudste artefacten dateren uit het midden- en laat-paleolithicum over het epipaleolithicum en vuursteenwerktuigen uit het mesolithicum. In de zuidwestelijke hoek van de site vond men tijdens opgravingen op een hoogte van 144-146 meter 2 afzonderlijke bewoningslagen rijk aan silex, aardewerk en organisch materiaal die wijzen op midden-neolithische bewoning.

2. De ijzertijd

2.1. Sporen van een heuvelfort
Op de top van de Kemmelberg werd een complex verdedigingssysteem teruggevonden dat op een hoogte van 140-150 meter de top omringt. Dit systeem, waarbij de bouwers dankbaar gebruik maakten van het terrein, werd in meerdere fasen uitgebouwd en op verschillende tijdstippen aangepast. De verdediging van de nederzetting bestond uit grachten, aarden omwallingen, op sommige plaatsen mogelijk versterkt door een stenenconstructie, en houten palissades. Afhankelijk van de topografie kende dit systeem een combinatie of meerdere combinaties van deze elementen. Op de helling naar het zuiden toe vonden de archeologen een toegangsweg naar de nederzetting.

Topografische opname en situering van de opgravingen

Binnen de bescherming van het verdedigingssysteem werden sporen van bewoning gevonden. Deze bewoningssporen kon men onder andere vaststellen door de vondst van 10 à 20 cm brede greppels die waarschijnlijk dienst deden als standgreppels voor houten gebouwen. Aan de noordzijde werden talrijke potscherven gevonden die aanwijzing vormen van lokale productie van beschilderd aardewerk.

Een doorsnede van de grafheuvel aan de Kemmelberg

2.2. Grafheuvel
Ten zuidoosten van het heuvelfort, op een afstand van ongeveer 740 meter ligt een 3,5 meter hoge opvallende heuvel met een doorsnede van 30 meter. In deze, duidelijk door mensenhanden opgeworpen heuvel,. werd centraal een kuil uitgegraven met er net boven een andere zandophoping van gelig ijzerhoudend zand bedekt met een dikke laag klei. In de centrale kuil werden geen grafrestanten gevonden waardoor men er kan van uitgaan dat het hier niet om een eigenlijk graf gaat maar om een grafmonument. Momenteel is nog veel giswerk, archeologen zijn hierover heel voorzichtig en benadrukken dat een deskundige opgraving of beter nog een radar doorlichting meer zekerheid zou verschaffen.

2.3. De Kemmelberg, een Keltisch machtscentrum
Op basis van archeologische vondsten kan worden vastgesteld dat er sprake is van aristocratische (Keltische?) bewoners van de late Hallstattperiode en vooral vroege La Tèneperiode.

De bewijzen van materiële rijkdom die door de archeologen werden blootgelegd wijzen erop dat deze Keltische bewoners relaties onderhielden met de Keltische elite die genoot van import uit het middellandse zeegebied. Hieruit kan men besluiten dat de bewoners van de Kemmelberg zelf behoorden tot de lokale Keltische aristocratie. Dit wordt tevens bevestigd door de keuze van een getuigenheuvel als vestingplaats, een keuze die de gewoonte van de Keltische aristocratie om telkens goed zichtbare en strategisch hooggelegen plaatsen uit te kiezen als vestingplaats illustreert. Door zijn ligging op de Kemmelberg domineerde de vesting het omliggende land en kon men controle uitoefenen op de handelswegen van de Noordzee landinwaarts. Belangrijk hierbij zou de productie en controle van zout en ijzerwinning kunnen zijn. Sporen van zoutwinning werden immers gevonden in De Panne, Veurne en Brugge, zij het meestal van recentere datum. De aanwezigheid van ijzerhoudende zandsteen op de Kemmelberg en de nabij gelegen getuigenheuvels kan gezorgd hebben voor lokale ijzerwinning.

Vormsoorten van het handgevormd aardewerk op de Kemmelberg

2.3. De Kemmelberg, een Keltisch machtscentrum
Op basis van archeologische vondsten kan worden vastgesteld dat er sprake is van aristocratische (Keltische?) bewoners van de late Hallstattperiode en vooral vroege La Tèneperiode.

De bewijzen van materiële rijkdom die door de archeologen werden blootgelegd wijzen erop dat deze Keltische bewoners relaties onderhielden met de Keltische elite die genoot van import uit het middellandse zeegebied. Hieruit kan men besluiten dat de bewoners van de Kemmelberg zelf behoorden tot de lokale Keltische aristocratie. Dit wordt tevens bevestigd door de keuze van een getuigenheuvel als vestingplaats, een keuze die de gewoonte van de Keltische aristocratie om telkens goed zichtbare en strategisch hooggelegen plaatsen uit te kiezen als vestingplaats illustreert. Door zijn ligging op de Kemmelberg domineerde de vesting het omliggende land en kon men controle uitoefenen op de handelswegen van de Noordzee landinwaarts. Belangrijk hierbij zou de productie en controle van zout en ijzerwinning kunnen zijn. Sporen van zoutwinning werden immers gevonden in De Panne, Veurne en Brugge, zij het meestal van recentere datum. De aanwezigheid van ijzerhoudende zandsteen op de Kemmelberg en de nabij gelegen getuigenheuvels kan gezorgd hebben voor lokale ijzerwinning.

Versiering op het handgevormd aardewerk

3. Bronnen

  • De Kemmelberg een Keltische bergvestiging: verantwoordelijke uitgever : Vereniging Oudheidkundig Bodemonderzoek in West-Vlaanderen vzw, Koetelwijk 12, 8000 Kortrijk D/1992/2762/04 – auteur: André Van Doorselaer Professor Katholieke Universiteit Leuven.
  • Een status quaestionis van het archeologisch onderzoek op de Kemmelberg: Guy De Mulder UGent en Jean-Luc Putman VIOE