Inleiding

Strabon (Lat.: Strabo)

Strabon (Lat.: Strabo)

Met Strabon (Strabo) gaan we dieper in op het leven en werk van weer een veelzijdige Griek. Hij leefde en werkte meestal in zijn geboortestad, gelegen in een uithoek van het Romeinse Rijk en zijn in het Grieks geschreven werken waren zo volumineus dat ze veel te veel tijd in beslag namen om te kopiëren. Deze redenen zorgden ervoor dat onze man weinig bekend noch populair was in de oudheid zelf.
Gelukkig waren er de veel later levende Byzantijnen die zijn werk veelvuldig gingen kopiëren. Het zou echter nog duren tot 1469 voor er een eerste, in het Latijn vertaalde versie van zijn werk zou worden gepubliceerd. Dit artikel bevat heel wat namen en plaatsen. De meeste namen zijn u waarschijnlijk onbekend maar een aantal daarvan zijn meer dan de moeite waard om eens op te zoeken. Daar waar ik het opportuun achtte, werd een kader ingevoegd met wat extra informatie.

Wie was Strabon?

De enige beschikbare informatie over Strabon en zijn achtergrond zijn de zeldzame verwijzingen in zijn eigen werk. Aan moeders kant maakte hij deel uit van een bekende en vooraanstaande familie. Leden van deze familie bekleedden belangrijke posten onder Mithridates V (150–120 v.o.j.), en Mithridates VI de grote, fel tegenstander van Rome (132–63 v.o.j.). Opmerkelijk is dat hij in zijn werken met geen woord rept over zijn vader noch diens familie.

Mithridates VI, bijgenaamd Eupator (d.i. zoon van een goede vader): werd in 119 v.o.j. koning van Pontus en groeide uit tot één van Rome’s meest succesvolle tegenstanders. Aanvankelijk verwierf hij gebieden in (het huidige) Zuid-Rusland en richtte zich daarna op de verovering van Klein-Azië. Daarbij kwam hij onvermijdelijk in conflict met de Romeinen. In 89 v.o.j. opende hij de strijd. Hij werd wijd en zijd als bevrijder ingehaald. Na zijn overtocht naar Griekenland, waar hij eveneens op gejuich werd onthaald, kwam hij tegenover Sulla te staan die hem versloeg in de slag van Chaeronea. In 85 v.o.j. kwam Klein-Azië weer onder Romeinse controle. In 74 hervatte Mithridates zijn pogingen maar werd door de Romeinse veldheer Lucullus gedwongen naar Armenia te vluchten. Pompeius rekende voorgoed met hem af in 66 v.o.j. Mithridates besloot toen een einde aan zijn leven te maken en stortte zich op zijn zwaard.

Strabon was een Grieks geograaf en historicus. Hij werd geboren in Amaseia, een stad in het koninkrijk Pontus (vandaag Noord-Turkije). In de oudheid was Amaseia een versterkte stad, gelegen op de kliffen boven de Zwarte Zeekust langs de oevers van de rivier Iris (nu Yesilırmak). Hij leefde tijdens het principaat van Augustus en de beginperiode van de heerschappij van Keizer Tiberius. De exacte data van zijn geboorte en overlijden zijn nog steeds onderwerp van discussie maar hij werd waarschijnlijk geboren ergens tussen 66 en 54 v.o.j. en stierf rond het jaar 24.

Locatie van Amaseia, geboorteplaats van Strabon. © Google Maps

Locatie van Amaseia, geboorteplaats van Strabon. © Google Maps

Studie en werk

Als jonge man kreeg hij in Nysa (vandaag Sultanhisar in Cappadocië, Turkije) les in grammatica en retoriek van Aristodemos, voormalige leraar van de zonen van Gnaius Pompeius Magnus. In 44 v.o.j. verhuist hij naar Rome om te studeren bij Tyrannion van Amisus, voormalig leraar van Cicero, en Xenarchos van Seleucia, beiden aanhangers van de leer van Aristoteles en zijn Peripatetische school. Later, onder invloed van Athenodoros, voormalig leraar van Octavius, werd hij waarschijnlijk geïntroduceerd in de omgeving van de toekomstige keizer en stapte hij over naar de Stoïcijnse filosofie.

De Peripatetische school: verwijst naar een Atheense fi losofi sche school in het oude Griekenland, opgericht door Aristoteles. Waarschijnlijk heeft de naam te maken met de overdekte wandelgalerij (peripatos) waar Aristoteles en zijn opvolgers al wandelend les gaven.

Slag bij Actium. Beeldfragment uit de film Cleopatra (1963) van Joseph L. Mankiewicz.

Slag bij Actium.
Beeldfragment uit de film Cleopatra (1963) van Joseph L. Mankiewicz.

Ondanks al zijn studies was Strabon niet onderlegd in alle toentertijd populaire disciplines zoals astronomie en wiskunde maar hij was wel heel vertrouwd met geschiedenis en de mythes en legendes van zijn land. Hij was een devoot bewonderaar van Homeros en bekend met de andere grote dichters uit zijn tijd. Tijdens zijn verblijf in Rome, schreef hij zijn 47-delige geschiedenis: Historika Upomnemata. In dit omvangrijke werk begon hij waar Polybius was gestopt en vulde aan tot de slag bij Actium of tot het begin van de regeerperiode van Augustus (27 v.o.j.). Behalve enkele fragmenten in het werk van Plutarchos (46 -120) en de Joodse geschiedschrijver Josephus Flavius (37-100) is niks overgebleven van dit titanenwerk.

De slag bij Actium: Actium, het huidig Punta aan de westkust van Griekenland. Hier won Octavianus, de latere Augustus, op 2 september 31 voj een klinkende overwinning op de gecombineerde vloot van Marcus Antonius en Cleopatra.

Zijn tweede grote werk ‘Geografie’ (Geôgraphiká) is het enige overlevende werk van zijn hand. Het is een beschrijving van alle bekende volkeren en landen van de Grieks – Romeinse wereld tijdens het principaat van Augustus. Het werk is een reisgids voor ambtenaren uit de hogere regionen van de administratie en bevat naast gedetailleerde geografische beschrijvingen ook geschiedkundige en politieke achtergrondinformatie die onontbeerlijk was voor zijn doelpubliek. In het zeventiendelige werk neemt Strabon de lezer mee op een boeiende reis langsheen het Iberische schiereiland (Spanje) en Gallië, Germanië, Italië, Griekenland en de Griekse eilanden, de Kaukasus, Armenië, Pontus, Klein-Azië, Perzië, India, Assyrië, het Arabisch schiereiland, Egypte en Libië. De boeken zijn geschreven in een levendige stijl en hij maakt gebruik van simpele, klare taal zonder veel franje. Een boek om gelezen te worden. Zoals zoveel Grieken voor en na hem beschouwt hij Homeros als de bron van alle kennis en hij neemt dan ook, zonder enige vorm van kritiek, alles klakkeloos over wat de dichter schreef. Daarentegen is hij nogal unfair in zijn benadering van Herodotos, de grote geschiedschrijver van de Peloponnesische en Perzische oorlogen. Doorheen zijn werk toont Strabon een bereisd fi guur te zijn geweest. Hij lijkt geen professionele loopbaan te hebben gehad, wat een aanzienlijk familiefortuin suggereert dat hem toeliet zijn reizen te financieren.

Bron van informatie over de Kelten

Voor het doel van dit artikel beperken we ons tot wat Strabon ons vertelt over de mensen, hun gewoonten en eigenaardigheden. Zijn beschrijving van hun leefwereld, hun steden, dorpen, rivieren is buitengewoon interessant maar zou ons hier te ver leiden.

 

Keltiberiërs bij de slag van Numantia

Keltiberiërs bij de slag van Numantia

Keltiberiërs: De Kelten die wonen op het Iberische schiereiland, noemt men Keltiberiërs. Het zijn woeste wilden met rare zeden en gewoonten die het geluk niet nastreven maar tevreden zijn met het bevredigen van hun primitieve instincten. Ze aanbidden een naamloze God, waaraan zij maandelijks, bij volle maan, in familieverband hulde brengen door voor de deur van hun huizen danskoren te vormen die tot het ochtendgloren doorgaan. Over hun hygiëne vermeldt Strabon dat zij, net als de andere Kelten, zich wassen en hun tanden poetsen met urine die zij in reservoirs bewaren.

Met beestachtige woestheid vechten zij in kleine groepen in ware guerrillastijl. Hun krijgers zijn dapper en licht bewapend met speren, slingers en degens. Hun infanterie wordt meestal bijgestaan door cavalerie. Nog liever dan zich gevangen te laten nemen kiezen zij voor de dood. Strabon vertelt dat moeders hun kinderen doden opdat ze niet in de handen van de vijand zouden vallen; een jongeman van wie de ouders en de broers worden vastgeketend keelt hen allen op bevel van zijn vader; een gevangene pleegt zelfmoord door zich in het vuur te werpen. Hun vrouwen evenaren hun mannen in moed. Nauwelijks bevallen staan zij op uit bed en bedienen hun echtgenoot. Vaak bevallen zij midden de akkers waarna ze hun kind wassen aan een nabije beek en gewoon verdergaan met werken.

Gallia Transalpina wordt door Strabon opgedeeld in drie delen: Aquitanië, Gallië en België. De Aquitaniërs, zo vertelt hij ons, onderscheiden zich van de anderen door hun eigen taalgebruik en fysionomie. Zij lijken meer op de Keltiberiërs dan op de andere Kelten. Deze anderen, die als broeders lijken op de Germanen, onderscheiden zich enkel van elkaar door hun dialecten.

Kaart van Gallië

Kaart van Gallië

De Gallische vrouwen zijn opmerkelijk vruchtbaar en zijn uitstekende voedsters waardoor het land dichtbevolkt is. De mannen houden meer van het krijgsbedrijf dan van het boerenleven. Ze dragen grote, wijde broeken (braccae). In plaats van
tunieken dragen zij blouses met lange mouwen waarboven ze mantels (sagon) dragen, geweven van ruwe, langharige wol. Hun haren laten ze groeien. Hun wapenrusting bestaat uit een lang zwaard dat zij aan hun rechterzijde dragen, een ovaal schild en werpsperen die ze madaris noemen. Sommigen hanteren ook handbogen of slingers. Behalve onstuimig en lichtzinnig zijn de Galliërs geweldig pronkziek. Ze dragen kettingen van goud rond de hals en gouden ringen rond de armen en polsen. Hun hoofdmannen kleden zich met schitterend gekleurde en met goud doorstikte weefsels. Bij een overwinning zijn ze door hun trots onuitstaanbaar terwijl een nederlaag hen ontstelt. Bijna alle Galliërs slapen op de grond en nemen hun maaltijden zittend op stro. Zij voeden zich met melk en verschillende soorten vlees, maar vooral met vers of gezouten varkensvlees.

Kelten en de strijd. Alle volkeren die tot het Keltische ras behoren zijn gek op oorlog en vlug prikkelbaar. Voor de rest zijn ze simpel maar niet kwaadaardig. Bij de minste aanleiding lopen ze te wapen en trekken ze ten strijde; ze doen dit openlijk en zonder enige omzichtigheid. List en militaire strategie gaan hun petje te boven. Je hoeft ze slechts uit te dagen, wanneer of waar je wilt en om eender welke reden en je vindt ze bereid, zonder ander wapen dan hun eigen kracht en dapperheid, om de uitdaging aan te gaan en het gevaar te trotseren. Deze kracht komt gedeeltelijk door de grote lichaamsbouw van hun mannen maar eveneens door hun grote aantallen. Wat betreft het gemak waarmee zij zich verzamelen (voor de strijd), ligt de oorzaak hiervan bij hun oprecht en gul karakter. Dit zorgt ervoor dat zij elke belediging aan het adres van een buur als een persoonlijke belediging interpreteren. Deze gewoonte om te wapen te lopen en met veel branie hele legers op de been te brengen verklaart hun verre migraties waarbij ze zich verplaatsen met hun familie en hun hele hebben en houden, zodra een sterkere vijand hun stamgebied aanvalt. In tegenstelling tot de Keltiberiërs die in kleine bendes vechten als ware struikrovers, nu eens hier en dan weer daar, strijden de Galliërs altijd in groten getale en vallenze met volle kracht aan.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat zij in groten getale sneuvelen. Dit wil geenszins zeggen dat de Galliërs minder goede krijgers zijn. Hun ruiterij is veruit superieur aan hun infanterie. Dit is ook de reden waarom de Romeinen hun cavalerie uit Gallië halen. Aan het einde van de strijd hangen zij aan de nek van hun paard de afgehakte hoofden van hun vijanden. Thuis gekomen spijkeren ze deze aan hun deur. De hoofden van hoofdmannen en beruchte vijanden bewaren ze in cederolie en tonen zij met trots aan bezoekers.

Slag bij de Sambre: Celtic Warrior © Osprey Publishing

Slag bij de Sambre: Celtic Warrior © Osprey Publishing

De Heilige mannen. Bij alle Gallische volkeren vindt men drie standen van mannen die hoog in aanzien staan: de barden of heilige zangers, de vates of waarzeggers die de offerdiensten leiden en de natuurtekens interpreteren en tenslotte de druïden die ethiek of moraalfilosofie belijden, los van natuurfilosofie en fysiologie. Deze laatstgenoemden worden eveneens als de meest rechtvaardigen van alle mensen beschouwd. Vandaar dat men hen de arbitrage van zowel private als publieke twisten toevertrouwt. Vroeger werd door de druïden geoordeeld over de reden voor oorlog en men heeft hen nog oorlogvoerende partijen zien tegenhouden die op het punt stonden elkaar in de haren te vliegen. Ook in moordgevallen spreken zij recht. Wanneer er veel veroordelingen voor moord zijn, zien zij hierin tekenen voor overvloed en vruchtbaarheid voor het land. Zij geloven in de onsterfelijkheid van de ziel en in het einde van de wereld door water en vuur. Bij offerdiensten wordt het slachtoffer meestal afgemaakt met een zwaardhouw. Aan de hand van de stuiptrekkingen voorspellen de druïden de toekomst. Soms worden de slachtoffers gedood door pijlen en soms wordt het slachtoffer gekruisigd in hun ‘tempels’. Ofwel bouwen ze een gigantische pop van hout en hooi, die ze vullen met mensen en allerhande dieren; dan steken ze het vuur aan.

Druïden Beeld uit ‘Secret of the Druids’ © National Geographic

Druïden
Beeld uit ‘Secret of the Druids’ © National Geographic

Besluit

Strabon haalde de mosterd meestal bij andere Grieken. Bij het schrijven van zijn Geografie lijkt hij de Romeinse bronnen, die hem verder hadden kunnen voorzien van nuttige aardrijkskundige informatie, meestal links te laten liggen. Wel maakt hij duidelijk gebruik van de ’Commentarii de bello Gallico‘ van Gaius Julius Caesar en verwijst hij enkele keren naar werken van onder andere Publius Licinius Crassus, Gaius Asinius Pollio en Quintus Fabius Pictor, maar toch zat er meer in. Dit gebrek aan interesse voor de Romeinse bronnen evenals het soms nogal neerkijken op de ’barbaarse‘ volkeren die zijn werken bevolken, lijkt verdacht veel op een diepgeworteld gevoel van Griekse superioriteit. Toch blijft zijn Geografie interessante lectuur en een absolute aanrader voor de lezer die niet klakkeloos alles gelooft en zoals steeds rekening houdt met het feit dat Strabon de wereld bekeek door een ‘geciviliseerde’ Grieks-Romeinse bril.

Bronnen